Contact

Súdwest-Fryslân brengt ruim 3,7 kilometer archief op orde

Súdwest-Fryslân trekt de komende vijf jaar ruim 1 miljoen euro uit voor het in het in goede, geordende en toegankelijke staat brengen van de gemeentelijke archieven. Deze krijgen vanaf 2021 een plek in cultuurhistorisch centrum ‘De Tiid’ in Bolsward. Daar zijn ze toegankelijk voor historische onderzoekers.

Het gaat om de archieven van de voormalige gemeenten Sneek, Bolsward, Nijefurd, Wûnseradiel en Wymbritseradiel en hun rechtsvoorgangers. Súdwest-Fryslân ontstond in 2011 door een fusie van deze vijf. Nadien groeide de gemeente tot de huidige omvang, na toevoeging van delen van Boarnsterhim (in 2014) en Littenseradiel (in 2018).

De aard van de uit te voeren werkzaamheden (zoals saneren, indexeren, etiketteren en zuurvrij verpakken) verschilt per archief. In totaal gaat het om 3705 strekkende meters archiefstukken. “We willen hierbij ook vrijwilligers inschakelen, zoals mensen voor wie archiefonderzoek of genealogie een hobby is”, zegt wethouder Erik Faber. “Tegelijkertijd kunnen we dankzij de inzet van vrijwilligers meer betekenen voor onze bezoekers, zowel fysiek als online.” Het doel is dat medio 2023 ten minste twintig vrijwilligers bij het archief in ‘De Tiid’ zijn aangesloten.

Ook de archieven van de voormalige gemeente Littenseradiel en haar rechtsvoorgangers - dat zijn Baarderadeel (1636-1983) en Hennaarderadeel (1543-1983) - krijgen een plek in ‘De Tiid’. Anders dan de vijf andere gemeenten heeft Littenseradiel haar archieven (691 strekkende meters in totaal) bij de herindeling wel in goede, geordende en toegankelijke staat overgedragen.

Als de klus in 2025 is afgerond, is Súdwest-Fryslân “een van de eerste gemeenten in de provincie die volledig voldoet aan de verplichting om archieven in ‘goede, geordende en toegankelijke staat’ te brengen, zoals de Archiefwet 1995 voorschrijft”, zegt Faber.

Vanwege privacy en mogelijke onevenredige bevoordeling of benadeling van derden zijn straks nog niet alle stukken openbaar. Geboorteakten bijvoorbeeld kunnen pas na honderd jaar worden ingezien.