Interview Súdwest-Fryslân voor Oekraïne

Gepubliceerd op

Ruim een maand geleden kwamen de eerste vluchtelingen uit Oekraïne aan in Koudum, bij opvanglocatie De Galamadammen. We gaan in gesprek met twee mensen die zich tot op de dag van vandaag inzetten voor de ondersteuning van deze vluchtelingen.

Anderen in hun kracht zetten

Bea Zomer is namens het Leger des Heils locatiemanager voor de opvanglocatie Galamadammen in Koudum. Ruim een maand geleden had zij nog nauwelijks banden met Koudum en omgeving, inmiddels is dat wel anders. “Vanuit het Leger des Heils kreeg ik de vraag of ik de opvang van Oekraïense vluchtelingen in Koudum wilde gaan managen.” Geïnspireerd op een gevleugelde uitspraak van Pipi Langkous was haar reactie: “Dat heb ik nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik dat wel kan.”

Een maand later is de opvanglocatie bijna helemaal gevuld met vluchtelingen uit Oekraïne. En dat zij daar een handje kan helpen, doet Bea goed: “Een ander helpen, dat doe ik graag. Een stukje meelopen om de ander weer in z’n kracht te zetten.

Samen kijken waar een stukje ondersteuning nodig is en helpen om dat vervolgens zelf weer op te kunnen pakken. Dat vind ik mooi. En dat doe ik ook hier. Niet alleen voor de bewoners, maar ook voor medewerkers.”

Bea Zomer (links) bij opvanglocatie De Galamadammen in gesprek met een collega van het Leger des Heils

“Wat mij is bijgebleven is hoe mensen hier binnenkwamen. Witjes. Stil. Teruggetrokken.”

Bea ziet dat haar werk er in Koudum toe doet. Bepaalde momenten blijven haar sterk bij: “Wat mij is bijgebleven is hoe mensen hier binnenkwamen. Witjes. Stil. Teruggetrokken. En wat is het dan bijzonder om de kinderen na drie à vier dagen weer rond te zien rennen. Lekker buitenspelen. Dat doet wat met je.”

Behoefte aan veiligheid en structuur

Volgens Bea is de behoefte aan veiligheid en structuur iets waar de Oekraïense vluchtelingen heeft meest naar zoeken: “Mensen smachten naar een gevoel van veiligheid. En dat proberen we hen hier te geven. Maar dat is niet altijd gemakkelijk. De mensen zijn toch ver van huis, in een ander land met een andere cultuur. Daar moeten mensen echt aan wennen.” Voor wennen aan een nieuwe omgeving staat 4-6 weken. Daarna ga je doorgaans ruimte ervaren en kunnen ook dingen uit het verleden boven komen. “Ook daar zijn we alert op. Als coördinatoren en tolken kunnen we dat signaleren. En dan is het fijn als mensen in hun eigen taal met iemand kunnen praten.” Bea doelt hierbij op de rol van tolken.”

De impact van Lolita als tolk

Lolita Plieva, medewerker Administratie bij gemeente Súdwest-Fryslân, is één van de tolken die zich inzetten voor de vluchtelingen uit Oekraine. Ze komt oorspronkelijk uit Rusland en is blij dat ze veel kan betekenen voor de opgevangen vluchtelingen in Galamadammen en Amicitia.

Wij kunnen zeggen, kom maar, samen redden we het wel.

Binnen de opvanglocaties is een groep tolken zeer actief. De meeste op vrijwillige basis, zoals Valeria, Irina en Julia. Bijna dag en nacht staan ze klaar. Ze voelen zich geroepen om iets te betekenen voor de vluchtelingen. Lolita vertelt:

 “Het is zo belangrijk dat iemand je in je eigen taal dag zegt en je wegwijst. De mensen komen hier onzeker en verstrooid binnen. Ze weten niet wat hen te wachten staan, hoe lang het gaat duren. Alles is vreemd, je bent gevlucht en je zoekt vastigheid. En dan moet je ook nog zien te begrijpen wat er wordt gezegd. Wij beheersen de taal, ze hebben ons nodig. Wij kunnen zeggen, kom maar, samen redden we het wel. Dat is een grote steun.”

Bea is ontzettend blij met de steun van mensen zoals Lolita: “Ik vind het bijzonder dat mensen die hier al zo lang wonen maar van oorsprong uit Oekraïne of Rusland komen, zich zo willen inzetten voor de mensen hier.”

“Binnen no time was er kleding, speelgoed en stonden er fietsen klaar. Dat raakt mij.”

Lolita Plieva (links) in Amicitia in Sneek

Welwillendheid en vrijgevigheid van Koudummers

Waar de persoonlijke band van Bea met Koudum tot voor kort nog nauwelijks zichtbaar was, is de situatie inmiddels heel anders. Bea is onder de indruk van de welwillendheid en vrijgevigheid van de Koudummers: “Binnen no time was er kleding. Binnen no time stonden er fietsen. Binnen no time was er de wereld aan speelgoed oor de kinderen. Dat raakt mij. Maar het is zoveel dat we onmogelijk iedereen die hulp komt bieden, kunnen bedienen. Mensen kunnen daardoor het gevoel krijgen dat hun hulp niet nodig is, maar dat is absoluut niet het geval.

Bea sluit af met een mooi voorbeeld van vrijgevigheid en hoe een kleine inspanning de lach op het gezicht van velen kan brengen: “Wat ik ook mooi vind, is de kleine cadeautjes die mensen komen brengen. Zo ontvingen we met Pasen taart uit Heerenveen en bracht de PKN gemeente een boeket bloemen. Dat vinden de bewoners prachtig! En dat zijn van die gebaartjes..  die doen een mens goed.”