Het Detail – vensters
Gepubliceerd op in Cultureel Erfgoed.
In onze gemeente staat een grote diversiteit aan oude panden. Maar hoe oud zijn ze eigenlijk? In Het Detail laten we dit keer aan de hand van een vensterindeling zien uit welke periode een pand stamt.
Nu willen wij in Friesland qua bouwstijlen nog wel eens een paar jaar achterlopen op het westen van Nederland, maar qua vensterindelingen is dat eigenlijk niet het geval. Daarom kunnen we aan de hand van een aantal tekeningen die zijn opgesteld door de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad een mooi overzicht laten zien van de vensters door de jaren heen.
Wat meteen opvalt, is dat de ruiten (dus het glas) steeds in oppervlak toenemen. En daar ligt inderdaad de duidelijkste richtlijn voor de bouwperiode. Hoe kleiner de ruiten, hoe ouder, en hoe groter de ruiten, hoe jonger. Dat heeft met de productiemogelijkheden van het vensterglas te maken.
Productie van vensterglas
In de Romeinse tijd kon men glas maken met een proces waarbij zand, soda en kalk werden omgesmolten tot vloeibaar glas. Met een blaaspijp werd een grote cilinder geblazen, die na afkoeling werd opengesneden en platgerold tot een glasplaat. In eerste instantie werd dit toegepast voor de ramen in kerken (waaraan, met het toevoegen van metalen oxiden, ook kleuren aan het glas konden worden gegeven (glas-in-lood)), en later ook in woonhuizen. De platgerolde glasplaten waren in het begin echter vaak klein en ongelijk van dikte, waardoor de ruiten eerst geen grote oppervlakken konden krijgen. De techniek werd door de jaren heen echter steeds verder verbeterd, waardoor de oppervlakken ook groter konden worden.


De ongelijke dikte van het glas bleef echter wel, en dat zie je tegenwoordig nog steeds terug in oud glas; als je erdoorheen kijkt, lijkt het alsof je een beetje dronken bent vanwege die golvingen of oneffenheden. We noemen dit oude glas tegenwoordig ‘getrokken glas’, zoals men dat vroeger produceerde.
Het duurde nog tot het midden van de 20e eeuw voordat er perfect glas kon worden geproduceerd. Dit noemde men floatglas. Het vloeibare glas wordt daarbij op een bad van vloeibaar tin gegoten, waardoor het glas (door een verschil in dichtheid) op het tin drijft en gelijkmatig uitvloeit zonder oneffenheden. Dit floatglas is ook nu nog steeds de manier waarop glas en ruiten worden gemaakt.
Oudere bouwfasen
Aan de hand van het oppervlak van de ruiten is behoorlijk goed af te lezen uit welke bouwperiode een pand zou kunnen zijn. Waar echter wel rekening mee moet worden gehouden, is dat ramen door de jaren heen zijn vervangen, en vroeger werd dat vaak uitgevoerd volgens de mode van die tijd (dus met grotere ruiten). Jongere vensters kunnen dus nog steeds in een ouder pand zitten, maar door goed te kijken naar het houtwerk en de detaillering én door te letten op andere bouwhistorische details kan het geoefende oog de verschillen hierin vaak nog wel herkennen.
Dit artikel is onderdeel van de Nieuwsbrief Cultureel Erfgoed. Wil je op de hoogte van het laatste Cultureel Erfgoed nieuws blijven? Meld je aan voor de Nieuwsbrief Cultureel Erfgoed. Deze verschijnt 2x per jaar.
Zie ook
- Voorwoord wethouder Petra van den Akker
- Eendenkooi Surfenne te Piaam
- Laatste bemanningsleden Lancaster ED603 herbegraven
- Wie telt er mee: de poorten van Sneek!
- De ijskolfclub van Bolsward
- In de Erfgoed schijnwerpers: Piet Sprik
- Grafzerken in de golven
- Terugblik Open Monumentendag 2025
- Martinikerk Sneek valt op met renovatie
- Onderduikluik Bothniakade 39 Sneek
- Binnenklimaat
