Een kijkje achter de schermen bij eendenkooi Surfenne te Piaam
Gepubliceerd op in Cultureel Erfgoed.
De weergodinnen waren mij niet gunstig gezind toen ik richting Piaam reed voor mijn interview. De grijze grauwheid vormde een prachtig dramatisch decor en het gebruik van papier of camera was praktisch onmogelijk. Hierdoor lag de focus vooral op het beleven van dit bijzondere stukje cultuurlandschap: de eendenkooi Surfenne. Een heel bijzonder bezoek, want vroeger was de kooiker de enige die de kooi mocht betreden.
Als nevenactiviteit hadden boeren vroeger soms een kooi. Fryslân telde ooit naar schatting tussen de 150 en 200 grote en kleine eendenkooien. Daarmee waren ze bepalend voor ons cultuurlandschap. Hiervan zijn er nu nog 27 over, waarvan er drie in de gemeente Súdwest-Fryslân liggen: twee in Piaam en één bij Offingawier.
Eeuwenoude kooi, nieuw leven
De kooi Surfenne is opgericht in 1662 en sinds kort in het bezit van het echtpaar Monica en Siebe Reitsma. Zij fokken daarnaast nog gepassioneerd Roodbont Fries stamboekvee en zetten zich in voor de weidevogels, mede door het instandhouden van het oude greppelland. De kooi wordt beheerd door de net opgerichte Stichting Eendenkooi Surfenne Piaam. Ze zijn dolgelukkig met een subsidie die hen wordt verstrekt door met name het Waddenfonds, gemeente Súdwest-Fryslân, BoerenNatuur Fryslân en Dinamofonds om de kooi weer in oude luister te herstellen.

“We willen met de subsidie de kooi weer herstellen om zo het oude ambacht van kooiker te behouden. Het zal daarbij geen nette modelkooi worden, maar meer een organische kooi die leeft, met gevallen bomen en gebruik van verschillende soorten materialen, wat er maar voorhanden is, net als vroeger. Ook komt er in onze boerderij een informatieruimte en organiseren we activiteiten en excursies. Hierbij gaat het niet alleen over de eendenkooi, maar ook om de relatie met het landschap eromheen,” aldus Monica Reitsma.
Groene oases in het landschap
Eendenkooien hebben als groene oases in het open kustlandschap namelijk een grote landschappelijke waarde. Maar ook voor de natuur zijn ze van belang. Door de eeuwenlange humusvorming ontstond de ideale biotoop voor veel zeldzame planten en paddenstoelen. De rust in de kooi maakt de plas aantrekkelijk voor tal van watervogels, en het dichte struikgewas en de bomen trekken veel soorten zangvogels, terwijl in het gebied eromheen veel ganzen rusten. En voor zoogdieren als reeën en vleermuizen is de eendenkooi een perfecte schuilplaats.
In het Friese landschap vallen de eendenkooien op als kleine bosjes van ongeveer één hectare, met in het centrum een rechthoekige waterplas, de zogenaamde kooiplas. Op de hoeken van de plas loopt een smal, toelopend slootje, omringd door rietschermen, de vangpijp, het kooibos in. Aan het einde van de vangpijp bevindt zich het vanghokje. De meeste kooien die nog in gebruik zijn, hebben vier of meer van deze vangpijpen; Surfenne kent er vijf. Tijdens de trektijd worden wilde eenden ’s nachts door de stal-eenden van de voedselgronden in de omgeving naar de eendenkooi gelokt, om daar overdag ongestoord te kunnen uitrusten.
De stilte regeert
Rondom de kooi is het namelijk een oase van rust, en dat hoort ook, omdat hier het zogenaamde afpalingsrecht van toepassing is. In Fryslân beslaat dit recht meestal een cirkelvormig gebied rondom de kooi, met een straal van 1.200 meter vanaf het midden. Binnen dat gebied mag niet gejaagd worden of lawaai gemaakt. Om het afpalingsrecht te behouden, moet je wel je kooi vangklaar houden, bijvoorbeeld door één vangpijp in bedrijf te houden.
En dat vangen doet de kooiker door overdag voer in de vangpijpen te strooien. Hierdoor zwemmen de eenden de pijpen in. Als de kooiker dan plotseling aan het begin van de vangpijp te voorschijn komt, vliegen de wilde eenden geschrokken naar het einde van de vangpijp, terwijl de tamme eenden rustig blijven schransen. Daar belanden de wilde eenden in het vanghokje, waar de kooiker ze met de hand kan pakken en selecteren.
Geen vetpot meer, maar wel een erfenis aan gezegden
Vanwege het grote tekort aan vrouwtjes, doordat zij zo kwetsbaar zijn tijdens de broedperiode omdat zij alleen voor het nageslacht zorgen, laat de kooiker deze gaan. De mannetjes worden, zoals in de traditionele praktijk gebruikelijk, de nek omgedraaid. Verder wordt de wilde eendenpopulatie gestimuleerd door de plaatsing van zo’n 100 broedkorven, die goed bezet zijn. Hiermee draagt de kooiker op een positieve manier bij aan goed faunabeheer. Lucratief is het allang niet meer, aldus Siebe Reitsma: “De kooiker had dit vroeger als extra verdienste, hij verkocht het eendenvlees. In de jaren 40 van de vorige eeuw zaten er dagen bij van 1.000 eenden per dag! Ter vergelijking: een gemiddelde dag in het vangseizoen anno 2025 levert nu een stuk of 8 à 9 dieren op, waarbij de vrouwtjes weer worden vrijgelaten.”
Net zoals andere oude beroepen heeft ook de eendenkooi haar sporen in onze taal achtergelaten. Denk hierbij aan uitdrukkingen als de pijp uitgaan (doodgaan), de nek omdraaien (ergens hardhandig een einde aan maken), achter de schermen blijven (ergens niet openlijk aan deelnemen, maar wel invloed uitoefenen), een kijkje achter de schermen nemen (meekijken met iets wat normaal verborgen is) en een graantje meepikken (meeprofiteren).
Dit artikel is onderdeel van de Nieuwsbrief Cultureel Erfgoed. Wil je op de hoogte van het laatste Cultureel Erfgoed nieuws blijven? Meld je aan voor de Nieuwsbrief Cultureel Erfgoed. Deze verschijnt 2x per jaar.
Zie ook
- Voorwoord wethouder Petra van den Akker
- Laatste bemanningsleden Lancaster ED603 herbegraven
- Wie telt er mee: de poorten van Sneek!
- De ijskolfclub van Bolsward
- In de Erfgoed schijnwerpers: Piet Sprik
- Het Detail – vensters
- Grafzerken in de golven
- Terugblik Open Monumentendag 2025
- Martinikerk Sneek valt op met renovatie
- Onderduikluik Bothniakade 39 Sneek
- Binnenklimaat






