Column wethouder Mirjam Bakker

Gepubliceerd op

Niet doemdenken

Vorige week overviel me een gevoel dat het midden hield tussen teleurstelling en machteloosheid. Dat was toen de pas aangetreden regering ons vroeg om nog even vol te houden. Natuurlijk hield ook ik er rekening mee dat er minder versoepelingen zouden komen dan we met z’n allen hadden gehoopt. Toch baalde ik, want er was nog steeds geen goed nieuws voor de culturele sector, die mij als wethouder cultuur zeer na aan het hart ligt.

Het is heel vervelend dat theaters, musea en bioscopen hun deuren nog steeds gesloten moeten houden. Mij werd per app de vraag gesteld of ik misschien even kan uitleggen waarom wandelen door een Ikea of over een meubelboulevard wel kan en museumbezoek absoluut niet.

Ik kan dat niet, maar onze regering had dat wel kunnen doen. Want duidelijk uitleggen helpt om begrip te krijgen. Velen willen weten waarom er hier nog steeds minder mag dan in landen om ons heen, zoals Duitsland en België. En dat terwijl hier de besmettingscijfers weliswaar torenhoog blijven, maar de omikron-variant van het virus minder ziekmakend lijkt en de aantallen patiënten op IC’s en verpleegafdelingen van de ziekenhuizen laag zijn en afnemen.

Ik ben het dan ook eens met Volkskrant-columniste Aleid Truijens die deze week schreef dat de nieuwe regering vertrouwen en begrip zou hebben gewekt “als ze inzicht zou hebben gegeven in de afwegingen, ook de morele en de maatschappelijke”.

Ik ben geen doemdenker. Ik ben een ‘positivo’, al is het woord ‘positief’ – met nu vele tienduizenden coronatests per dag – niet zo gelukkig op dit moment. Daarom houd ik het liever op ‘optimistisch’. Er komen heus weer betere tijden. Maar ook nu, tijdens de lockdown, zijn er diverse dingen in de gemeente waarvan ik een goed gevoel krijg.

Nee, niet als we de wereld louter door een financieel-economische bril willen bekijken. Veel ondernemers hebben het zwaar. Anders wordt het als we de sociale kant in ogenschouw nemen. Dan gaat het best goed. De sociale samenhang in Súdwest-Fryslân is sterk, zo blijkt ook uit recent onderzoek van het Fries Sociaal Planbureau. Her en der in de gemeente zijn voorbeelden van hoe creatief en behulpzaam we zijn, en hoe we om anderen denken. Naastenhulp is geen loos begrip.

Al bijna twee jaar zijn er allerlei organisaties en bewoners die bijna onvermoeibaar dingen bedenken om mensen te kunnen helpen. Op de website van de stichting Sociaal Collectief staan talrijke voorbeelden van lokale initiatieven.

Zo kiest Wommels geen ‘Wommelser van het jaar’, maar roept Doarpsbelang het dorp op met tips te komen om inwoners in het zonnetje te zetten, omdat ze altijd voor anderen klaar staan. In Rien, Itens, Hinnaard en Lytsewierrum worden de inwoners gevraagd naar ideeën voor een leuk uitje of activiteit. En passend voor de tijd van het jaar was in Easterein het initiatief van ‘de kerststal van hoop en verlangen’ naast de Martinikerk, met doorzichtige kerstballen waarin bewoners wensbriefjes hadden gestopt.

Een ander optimistisch bericht is dat de gemeente ook dit jaar een coronacompensatiefonds wil instellen om maatschappelijke instellingen financieel te kunnen bijstaan. De gemeenteraad beslist er op 3 maart over. Voor 2022 zit dan 1 miljoen euro in de pot, met als doel om dorpshuizen, wijkcentra, sportclubs en culturele instellingen in de benen te houden.

Mirjam Bakker, wethouder