Huiselijk geweld en mishandeling.

Soms zien we het wel, maar vaak ook niet. Mishandeling vindt meestal plaats achter gesloten deuren. Het gebeurt niet alleen bij volwassenen, maar ook bij kinderen en ouderen. Huiselijk geweld en mishandeling komen in vele vormen voor: geestelijk geweld (zoals schelden, dreigen en kleineren), lichamelijk geweld (zoals slaan en schoppen), seksueel misbruik en verwaarlozing.

Lees hieronder verder.

Gesloten deur

Huiselijk geweld of mishandeling melden.

Maak je je zorgen over iemand uit je omgeving? En denk je dat hij of zij het slachtoffer is van huiselijk geweld? Twijfel niet en neem contact op met Veilig Thuis. Veilig Thuis denkt met je mee over hoe het geweld kan stoppen. Daarnaast geven ze advies en doen ze onderzoek als dat nodig is. Veilig Thuis werkt veel samen met de gemeenten. Ook met ons. Heb je direct hulp nodig? Bel dan de politie op 112.

Neem ook bij kindermishandeling contact op met Veilig Thuis. Zij verbinden je door met het Advies- en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (AMHK) bij jou in de regio. Wil je advies of met iemand praten? De medewerkers van het Gebiedsteam denken graag met je mee. Zij zijn te bereiken via ons algemene telefoonnummer of via ons contactformulier.

Opvang bij huiselijk geweld.

Soms lukt het niet om het geweld te stoppen en moet het slachtoffer tijdelijk ergens opvangen worden. In Friesland zorgt Fier Fryslân voor tijdelijk onderdak, begeleiding en advies aan vrouwen, mannen en kinderen. Fier Fryslân is 24 uur per dag, 7 dagen in de week bereikbaar via 088-208 0000.

Meer informatie.

Is er sprake van huiselijk geweld? Dan krijgt de pleger in sommige gevallen een tijdelijk huisverbod van de burgemeester of de politie. Dit is een verbod van 10 dagen en mag maximaal tot 28 dagen worden verlengd. Het huisverbod zorgt voor afstand tussen het slachtoffer en de pleger. Deze afstand is nodig om het geweld te stoppen en de hulpverlening te starten. Het huisverbod kan ook worden opgelegd bij kindermishandeling of een ernstig vermoeden daarvan.

Bij een huisverbod moet de pleger direct de woning verlaten. Hij of zij mag tijdens het huisverbod niet in de buurt van de woning komen. Ook mag er geen contact worden opgenomen met personen in het huishouden, zoals de partner of kinderen. De pleger moet tijdens het verbod altijd zijn of haar bereikbaarheid doorgeven aan de burgemeester. Is hij of zij het niet eens met het huisverbod? Dan kan de pleger in beroep gaan bij de bestuursrechter.

Houdt de pleger zich niet aan het huisverbod? Dan kan hij of zij maximaal 2 jaar gevangenisstraf of een taakstraf krijgen.

De burgemeester kan op elk moment een huisverbod beëindigen. Bijvoorbeeld als er geen dreiging voor het slachtoffer meer is of als de pleger de hulpverlening accepteert.